Na jaren onderhandelen is nu eindelijk de definitieve datum bekend geworden dat Vietnam lid wordt van de WTO, 11 januari 2007. Op de economie pagina's van de kranten is dit al jarenlang een terugkerend item. Veel werd er voorbeschouwd, veel werd er gegist, veel werd er geanaliseerd, maar nu wordt het langzamerhand tijd voor de Waarheid.
Zoals met bijna alle fundamenle wijzigingen heeft het het lidmaatschap, maar vooral de overgang, voor en nadelen. Ongetwijfeld zal het op lange termijn alleen maar voordelen opleveren. Eindelijk is het gedaan met de 'state owned companies', de onzinnige burocratische regels en vooral de ondoorzichtige import en export heffingen. In het algemeen zal de product en service kwaliteit sterk verbeteren omdat men heel goed in de gaten heeft dat in een wereldwijd concurerende economische structuur alleen diegenen overleven die wat kwaliteit betreft minstens aan een gemiddelde norm voldoen. De zwakkelingen vallen af.
Tot nu toe was kwaliteit niet een van de sterkste punten van de Vietnamese economie. In het land der blinden was eenoog nog steeds koning hier. Gelukkig hebben ze een buurman, China, die nu ook niet bepaald hoog scoort vwb kwaliteit, dus hoe het nog slechter kan weten ze ook. In gesprekken met Vietnamese consumenten hoor je heel vaak de de volgende rangorde... Japan, USA, Europa: goed, Vietnam: slecht, China nog veeeeel slechter.
Dit zie je heel goed terug in het nationale vervoermiddel, de 125 cc motobike. Honda, Yamaha scoren hoog en zijn ook het duurst, daarna heb je Korea en Taiwan. Vervolgens de echte Vietnamese bikes en als laatst de met Chinese onderdelen geassembleerde bikes. De Vietnamese bikes verkopen bijna niet, verouderd, slechte kwaliteit, geen styling. De Chinese bikes verkopen nog wel. maar de kopers laten een aantal onderdelen meteen vervangen omdat deze bij de uitgang van de showroom al op het punt van afsterven staan.
In een hoog tempo zijn het afgelopen jaar de 'state owned companies' gedeeltelijk geprivatiseerd en stuitte men al direct op het probleem dat een fors aantal alleen maar verliesgevend is. Inefficient, te veel personeel, niet marktgericht. Dit worden dus de afvallers alhoewel men tracht nog te redden wat er te redden valt. De bedrijven die overleven zullen nog wel een helse klus krijgen om hun structuur aan te passen aan een wereldwijde concurentie. Een voordeel hebben ze al wel, Vietnamesen zijn redelijk opgeleid en bereid om de handen uit de mouwen te steken als ze in gaten hebben dat het rendement niet in een of andere staatskas verdwijnt.
Thursday, December 14, 2006
Subscribe to:
Post Comments (Atom)
No comments:
Post a Comment